• Geschiedenis La Gomera


    Oorsprong van La Gomera

    PierOngeveer drieduizend jaar geleden zijn de Canarische eilanden ontdekt door de Feniciërs en de Carthagers. In 1404 probeert Jean de Bethancourt na Lanzarote ook La Gomera te veroveren, dit lukt echter niet. Vanaf 1440 werden de Canarische Eilanden op hardhandige door de Peraza’s bestuurd en deze periode werd dan ook gekenmerkt door vele opstanden. In de laatste decennia van de 15e eeuw worden alle Canarische Eilanden veroverd en in 1488 La Gomera. Bij de verovering van La Gomera vond er de grootste slachtpartij uit de geschiedenis plaats. De bewoners kwamen in opstand tegen de verovering van de Spanjaarden. Hernán Peraza werd vermoord en bijna alle bewoners werden gedood of als slaven verkocht.

    De geschiedenis van La Gomera is verbonden met die van de ontdekking van Amerika. Het eiland wordt niet voor niets ook wel “Isla Colombina”, eiland van Columbus, genoemd. La Gomera was een uitvalbasis van Columbus voor zijn grote ontdekkingsreizen. In het jaar 1492 kwam Columbus voor een tussenstop in zijn ontdekkingsreis naar de hoofdstad San Sebastián. Columbus verbleef tot drie keer toe op La Gomera, omdat er voldoende water en voedsel was om de ontdekkingsreis te vervolgen. Ook gaat het verhaal dat Columbus zijn oog had laten vallen op Beatriz de Bobadilla, toen de heerseres van La Gomera.

    In de 18e eeuw is La Gomera nog verschillende keren door de Engelsen aangevallen, maar dit mislukte.

    In 1821 werden de Canarische Eilanden een provincie van Spanje, met Santa Cruz de Tenerife als hoofdstad. In 1852 werd de hele Canarische archipel uitgeroepen tot vrijhandelszone door koningin Isabella II. Als Spanje zijn laatste koloniën verliest gaat het economisch weer veel slechter met de Canarische Eilanden want een hele afzetmarkt valt weg.

    La Gomera wordt samen met El Hierro, Tenerife, La Gomera en La Palma, samengevoegd in 1927 en vormen vanaf die tijd de westelijke provincie. Canaria, Fuerteventura en Lanzarote vormen de oostelijke provincie.

    Ontwikkeling van La Gomera

    Vanaf 1960 neemt het toerisme toe en vervangt in snel tempo de landbouw als belangrijkste bron van bestaan. Na de dood van generaal Franco in 1975 kwam er meer politieke openheid en democratie, en het toerisme beleefde een flinke opleving.

    De rederijfamilie Olsen heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het toerisme op La Gomera. Naast een veerbootmaatschappij is de familie ook in het bezit van hotels en een aantal bananen- en avocadoplantages. In 1974 startte rederij Olsen met de eerste regelmatige veerdienst tussen de hoofdstad San Sebastián en Los Cristianos op Tenerife.

    In 1982 kregen de Canarische Eilanden met nog een aantal andere Spaanse provincies een autonome status en in 1986 behield de eilandengroep, ondanks de toetreding tot de Europese Unie, haar aparte status als vrijhandelszone.

    Ook de komst van het vliegveld in 1999 heeft erg bijgedragen aan de ontwikkeling van het toerisme. Dit vliegveld betekende ook dat men voortaan met het vliegtuig naar buureilanden kon. Tegenwoordig reizen toeristen die naar het eiland willen, eerst naar Tenerife om vervolgens met de boot verder te gaan naar La Gomera. Er kunnen namelijk geen grote vliegtuigen landen op het vliegveld van La Gomera.