Geschiedenis Gran Canaria
De eerste bewoners op Gran Canaria, waren de Guanchen. Waarschijnlijk waren het afstammelingen van de Berberstammen uit Noord- Afrika. Ongeveer vierduizend jaar geleden zouden ze de oversteek gemaakt hebben van het vasteland naar de Canarische Eilanden. Spanje kreeg in 1344 de eilanden toegewezen door de paus. Rond de 14 eeuw was het grondgebied van Gran Canaria verdeeld in twee ‘guanartemato’: Telde en Gáldar. Aan het hoofd van elke guanartemato stond een ‘guanarteme’, die werd gekozen uit de mannelijke leden van de Koninklijke familie door de raadsvergadering van de edelen.
Spanje probeerde al langer om de Canarische Eilanden te veroveren, vijf jaar lang werd er gevochten op Gran Canaria. In 1483 werden de legers van de twee guanartematos bij Arucas verslagen. Na de verovering van de archipel ontwikkelde de hoofdstad van Gran Canaria, Las Palmas, zich als het belangrijkste centrum. In de 17e eeuw kwam hier echter langzamerhand een einde aan, vanwege de achteruitgang van de agrarische export, naar zowel Europa als Zuid-Amerika. In de 19e eeuw bloeide de stad weer op door de uitroeping van vrijhavens. Vele scheepvaartondernemingen trokken naar het eiland. Ook tijdens de Amerikaanse reizen vormde Las Palmas voor Columbus een belangrijk tussenstation. Hij wisselde hier van bemanning en voorzag zijn schepen van proviand voor zijn reizen naar de ‘nieuwe wereld’. Het scheepvaartverkeer was de belangrijkste reden dat het toerisme, tegenwoordig de belangrijkste inkomstenbron, zich verder zou ontwikkelen.
Santa Cruz de Tenerife werd in 1822 de hoofdstad van de Canarische Eilanden. In het jaar 1880- 1918 was de liberaal Leon y Castillo aan de macht. Na zijn dood, worden de Eilanden opgesplitst, als gevolg van aanhoudende conflicten tussen Gran Canaria en Tenerife. Beide eilanden krijgen de helft van de regeringsdepartementen toegewezen. Santa Cruz de Tenerife kreeg de volksvertegenwoordiging en Las Palmas de Gran Canaria het Hooggerechtshof toebedeeld. Na Franco veranderde de machtsverhoudingen en in 1982 kregen de Canarische Eilanden de status van autonome regio.
Ontwikkeling
Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw werd Gran Canaria populair onder de Europeanen als ontspanningsoord én kuuroord. Dit werd door de scheepvaartondernemingen benut door bij de overtochten, hutten beschikbaar te stellen voor passagiers. Het waren ook deze maatschappijen, die de bouw van hotels op het eiland bevorderden, waaronder het Santa Catalina Hotel in Las Palmas de Gran Canaria (1890). Dit hotel bestaat, als enige uit die tijd, nog steeds en blijft heel bijzonder.
De ontwikkeling van het toerisme en de bijbehorende dienstverlenende sector werden verstoord door de opeenvolgende oorlogen in de jaren 20 (1e wereldoorlog, Spaanse burgeroorlog en 2e wereldoorlog ). Zelfs de opening in 1930 van het vliegveld van Gran Canaria, kon de toeristenindustrie geen nieuw leven inblazen.
Pas in de jaren 50, ontstond weer een stijgende tendens in de bezoekersaantallen. Met kerstmis 1957 landde op Gando een vliegtuig van de Zweedse maatschappij Transair AB, met al de 54 stoelen bezet. Het betrof de eerste vlucht van een serie charters dat het begin was van het massatoerisme op Gran Canaria. Vanaf de jaren 60 veroorzaakte het opkomende massatoerisme een belangrijke economische impuls. Er werden veel hotels, bungalows en appartementencomplexen gebouwd, vooral aan de zuidkust van Gran Canaria. Er zijn nu nog enkele rustige badplaatsen te vinden op Gran Canaria. Maar door de blijvende populariteit van het eiland worden er steeds meer hotels bijgebouwd en zul je voor een echte rust vakantie toch naar een eiland als La Gomera moeten gaan.


